Twaalf Nachten
De twaalf nachten, ook wel bekend als de "Midwinternachten" of "Raunächte", waren een belangrijke periode voor de Germaanse stammen. Deze nachten vonden plaats tussen 25 december en 6 januari, een overgangsperiode tussen het oude en het nieuwe jaar. Volgens de traditie stonden deze nachten symbool voor introspectie, bezinning en verbinding met het spirituele.
De Germanen geloofden dat tijdens deze tijd de grens tussen de fysieke en spirituele wereld vervaagde, waardoor ze contact konden maken met voorouders en godheden. Rituelen en voorschriften waren essentieel en dienden om orde te scheppen in de chaos van de donkere winterdagen. Mensen besteedden deze tijd aan het reinigen van huis en haard, het voorspellen van de toekomst en het afweren van kwade geesten. Ook was het een periode van feesten en samenkomen, waarbij de gemeenschap centraal stond. Elke nacht stond in het teken van een bepaalde maand van het komende jaar, wat deze tijd een betekenisvolle voorbereiding maakte op wat komen ging.
Het hoogtepunt van deze reeks nachten was de achtste nacht, ongeveer op 1 januari, waarbij men dieren offerden tussen grote vuren en drinkgelag.
Het was bovendien een periode van dankbaarheid en het loslaten van het oude. De wisselwerking tussen mens, natuur en het bovennatuurlijke speelde een cruciale rol in deze tradities. Hoewel de precieze rituelen verloren zijn gegaan, weerspiegelen moderne oudjaars- en nieuwjaarsvieringen nog steeds elementen van deze oeroude gebruiken.

Religie
Christendom
Ook vandaag de voornamelijk katholiek Westerse wereld, zien we ook deze periode van twaalf nachten weerkomen. Is het geen toeval dat tussen kerst en de drie-koningen het net twaalf dagen duurt en dat deze dagen vooral gevuld zijn met feest vieren en het brengen van offers, zoals geschenken.
Zou het alleen maar om praktische redenen zijn dat vele mensen hun kerstboom traditioneel laten staan tot na de driekoningen.
Ook de traditionele afsluit van de kerstperiode, met de kerstboomverbranding, kunnen we aanzien als een verder gebruik van de vuurfeesten bij de Germanen.

Vuur
Oorspronkelijk werden de oude vuren gedoofd tijdens de rituelen om vervolgens alweer in grote hoeveelheden nieuwe vuren aan te steken. Op deze manier werd het oude jaar uitgedoofd en vernietigd en kon men het nieuwe in licht en warmte binnentreden. Maar hierbij werden ook de geesten van de overledenen van het voorbije jaar verjaagd, hun periode waarbij ze de overgebleven levende zielen konden lastig vallen is afgesloten.

Feest
Behalve met veel vuur gingen de feesten ook steeds gepaard met veel geluid en beweging om de boze geesten en het oude jaar weg te jagen. Er werd getrommeld, op hoorns geblazen en met veel geraas en klokgelui lawaai gemaakt. Het bekendst is dan wel hoe we ook hier de herkomst van vuurwerk in zien, zowel lawaai als licht wordt hier gebruikt. Op zich was het de bedoeling om de dolende geesten enerzijds te verjagen, maar ook anderzijds als ze blijven ronddwalen ze enigszins gunstig te stemmen. Door middel van offers wou men vruchtbaarheid afdwingen voor de gewassen, het vee als de mensen zelf natuurlijk. Dat het nuttigen van deze offers veel gelijkenissen vertoont met hoe we kerst vieren is alweer een echo naar het verleden.
offers
- kerststollen
- duivekater
- nieuwjaarswafel
- oliebollen