Geschiedenis

Naamgeving

Officiële benaming :
Familie : Cricetidae (hamsters en woelmuizen)
Geslacht : Myodes (voorheen Clethrionomys)
Soortnaam : Myodes glareolus

Nederlandse benaming : Rosse woelmuis

Duitse benaming : Rötelmaus

Engelse benaming : Bank vole

Volksbenaming : Boswoelmuis

Kenmerken

kenmerken
grootte 8 - 12 cm (kop-romp), 4 - 6 cm (staart)
leefwijze zowel overdag als 's nachts actief, goede klimmer
kleur warm roodbruine rug, grijze flanken en witgrijze buik
voeding zaden, bessen, paddenstoelen, bladeren en insecten
voortplanting april tot oktober, 3 tot 5 worpen per jaar
biotoop loofbossen, gemengde bossen, houtkanten en struweel
geluid zachte piepende en tjilpende geluiden

Kenmerkend voor de rosse woelmuis (Myodes glareolus) is de warme, roodbruine tot kastanjebruine rugvacht die duidelijk afsteekt tegen de grijzige flanken en de vuilwitte tot grijsachtige buik. Zoals alle woelmuizen heeft de soort een compacte bouw en een stompe snuit, maar de oren zijn relatief opvallend en steken duidelijker uit de vacht dan bij de veldmuis of aardmuis.

De rosse woelmuis heeft een relatief lange, tweekleurige staart met een donkere bovenzijde en een lichte onderzijde, eindigend in een klein penseeltje. De staartlengte bedraagt doorgaans ongeveer de helft van de kop-romplengte, wat aanzienlijk langer is dan bij de meeste andere inheemse woelmuizen.

In tegenstelling tot veel andere woelmuissoorten is de rosse woelmuis een uitstekende klimmer. Dankzij de behendige bouw en langere staart wordt hij regelmatig waargenomen in struiken, heggen en zelfs laag in boomtakken op zoek naar vruchten en knoppen.

Biotoop

Leefwijze

Voeding

Voortplanting

Bedreiging

Bescherming