Rivieren
De rol van de rivier als transportweg van planten wordt fraai geïllustreerd aan de hand van de verspreiding van Karwijvarkenskervel. Deze graslandplant heeft in Nederland een sterke binding met het rivierengebied, met name met de rijntakken, en heeft zich amper daarbuiten verspreid. Langs de Maas lijkt de soort zich stroomafwaarts te hebben verspreid vanaf het punt bij Heerewaarden waar Waal en Maas voor 1904 met elkaar in verbinding stonden. Ook in Duitsland vertoont deze soort een sterke binding aan rivieren. Hij komt daar alleen voor in de stroomdalen van Rijn en Donau.
Het voorkomen van relatief veel warmteminnende soorten in het rivierengebied (zie dit natuurbericht) wordt voor een belangrijk deel verklaard door de aanvoer van zuidelijke soorten langs de hier van zuid naar noord stromende rivieren. Een voorbeeld van een soort die door rivieren verspreid wordt, is de Okkernoot. Deze van oorsprong Zuid- en Midden-Europese soort heeft zich na circa 2000 op veel plaatsen in het rivierengebied gevestigd en kan inmiddels als geheel ingeburgerd worden beschouwd. De vruchten van de Okkernoot (walnoten) dobberen als ze in een rivier terechtkomen met de stroom mee en spoelen bij hoogwater aan, waarna ze vervolgens ontkiemen.

Flora
Langsheen een rivierbekken zie je vaak plantensoorten, die je zelden daarbuiten zal tegenkomen. Dit specifieke biotoop met ook weer unieke verspreidingspatronen is ontstaan door twee factoren.
- rivieren vormen een transportweg voor drijvende zaden, vruchten en plantenfragmenten, ook dieren spelen hier een rol
- er zijn sterk gebonden biotopen met kernsoorten.