Slikken en Schorren

Geschiedenis
1970
In de jaren 70' waren de typische slikvegetaties nagenoeg uit onze streken verdwenen, door de slechte waterkwaliteit. Zeker de gekende rivieren zoals de Rijn en de Seine waren niet meer dan een 'open riool'.
1980
In de jaren 80' verbeterde de waterkwaliteit gestaag door de uitvoering van verscheidene natuurontwikkelingsprojecten.
1990
Steeds meer en meer neemt de positieve ontwikkeling van de slikken toe.
In niet-gereguleerde riviertrajecten is de waterstand in de winterperiode en in het voorjaar veel hoger dan in de zomer en het najaar. De oevers van de hoofdrivier die dan in de zomer droogvallen bestaan uit zand, terwijl de eerder dynamische oevers eerder uit gesedimenteert slib bestaan. Dynamische oevers zijn de oevers langsheen nevengeulen en uiterwaardplassen. Deze raken in de winter geïnundeerd en vallen in de zomer droog. Hierdoor ontwikkelt er zich een pioniersvegetatie die zeer vaak bestaat uit een specifieke soortsamenstelling.
Inunderen betekent een gebied bewust of onbewust onder water zetten of laten overstromen. Het woord wordt vaak gebruikt in de context van waterbeheer, overstromingen en defensie. Zo kan men een gecontroleerde inundatie uitvoeren om water tijdelijk op te vangen en zo andere gebieden tegen overstromingen te beschermen. Historisch gezien werden gebieden ook geïnundeerd als verdedigingsmiddel: door land onder water te zetten, konden vijanden moeilijker oprukken. In gewone taal betekent inunderen dus meestal: onder water laten lopen.

Flora
Rivierbekkens en dan vooral langsheen ongestuwde dijken bevatten een geheel eigen flora in een uniek biotoop. Zeker in de nazomer is deze vegetatie het best ontwikkeld en zien we dat deze vegetaties in de slikken veel algemener worden.
In de jaren 70' werden vele soorten waaronder de éénjarige soorten : Slijkgroen, Liggende ganzerik en Bruin cypergras nog als zeldzaam beschreven in de 'Wilde Planten deel 2. In 1991 wordt Klein vlooienkruid in de oecologische flora deel 4 nog als 'zeer zeldzaam' omschreven.
- Slijkgroen
- Liggende ganzerik
- Bruin cypergras
- klein vlooienkruid